De tandarts als winstmachine: Hoe investeerders de markt veroveren terwijl de patiënt vaak buiten spel staat
Wie tegenwoordig door een willekeurige Nederlandse stad loopt, ziet ze steeds meer: tandartspraktijken met flitsende, vooral Engelstalige namen. Wat vaak een vertrouwde kleinschalige tandartspraktijk was, is nu onderdeel van een internationale keten. Terwijl investeerders miljoenenwinsten boeken in de mondzorg, groeit een pijnlijke schaduwzijde: drie miljoen Nederlanders mijden de tandarts vanwege de kosten. Hoe is onze mondzorg veranderd in een lucratief beleggingsobject?
Gebaseerd op onderzoek van Jolien de Vries en Erik Wackers (Follow the Money)
Het verhaal van de 32-jarige maaltijdbezorger Vincent is exemplarisch voor een groeiende groep Nederlanders. Vincent heeft al dertien jaar gaten in zijn gebit. Ooit had hij een stralende lach, maar na een ongelukje op zijn negentiende braken zijn tanden af. Zijn grote droom — een baan in de hotellerie — durft hij niet na te jagen. “Ik wil kunnen lachen naar de gasten,” zegt hij, maar de rekening van de tandarts kan hij simpelweg niet betalen.
Vincent is niet de enige. Cijfers van het CBS en de overheid schetsen een onthutsend beeld: zo’n 640.000 mensen leven in acute ‘mondzorgarmoede’, en maar liefst 23 procent van de Nederlanders stelt een bezoek uit omdat het financieel niet uitkomt. Omdat de tandarts niet in het basispakket zit, is een gezond gebit voor velen een luxeproduct geworden.
De opmars van het grote geld
Terwijl patiënten als Vincent afhankelijk zijn van incidentele ‘Tandartsdagen‘ en de welwillendheid van vrijwilligers, vindt er aan de andere kant van de markt een enorme consolidatieslag plaats. Follow the Money analyseerde overnames in de zorg en ontdekte dat in 2025 maar liefst een derde van alle overnames in de mondzorg plaatsvond.
Zeker 70 procent van deze overnames wordt gefinancierd door private equity: investeringsmaatschappijen die met kapitaal van vermogende klanten praktijken opkopen. Hun strategie? Zoveel mogelijk losse praktijken samenvoegen tot een grote keten (vaak ‘buy-and-build’ genoemd), om deze na een paar jaar met een forse winst door te verkopen.
Efficiëntie of uitholling?
Voor investeerders lijkt het erop dat de Nederlandse markt een goudmijn is. De vraag naar zorg is gegarandeerd, de tarieven zijn stabiel en er is weinig toezicht op de bedrijfsvoering. Ketens claimen dat zij de zorg verbeteren door schaalvoordelen: ze kunnen goedkoper inkopen en administratieve lasten wegnemen bij de tandarts.
De praktijk is echter weerbarstiger. Oud-tandarts Frank Steenbeek zag zijn praktijk veranderen nadat deze werd overgenomen. Ineens werden materialen vervangen door goedkopere varianten en werd ‘taakdelegatie’ het toverwoord. Dit houdt in dat lager geschoold personeel, zoals assistenten, behandelingen uitvoert die voorheen door de tandarts werden gedaan.
Hoewel dit officieel is toegestaan om personeelstekorten op te lossen, waarschuwt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) voor uitwassen. Bij inspecties werden ongediplomeerde medewerkers betrapt op het boren, trekken van kiezen en zelfs het uitvoeren van wortelkanaalbehandelingen. Voor de keten is dit een uiterst rendabel model: het uurloon van een assistent is vaak binnen tien minuten terugverdiend via de patiënt tarieven, terwijl de kwaliteit onder druk komt te staan.
Een verstoorde markt
Volgens onderzoeker Ziade Sarroukh (Radboudumc) functioneert de marktwerking in de mondzorg totaal niet zoals de theorie voorspelt. In een gezonde markt zorgt concurrentie voor lagere prijzen, maar bij de tandarts blijven de tarieven overal nagenoeg gelijk aan het door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgestelde maximum.
Bovendien is er een schrijnend gebrek aan transparantie. Als patiënt is het bijna onmogelijk om te weten welke tandarts kwalitatief goed werk levert. Tandarts Shaira Kasi ziet in haar praktijk regelmatig de gevolgen van slecht uitgevoerd werk bij ketens: vullingen die niet aansluiten of gebrekkige wortelkanaalbehandelingen. “Er wordt veel slecht werk geleverd,” concludeert zij bitter.
De kloof wordt groter
De politieke reactie op deze ontwikkelingen blijft vooralsnog beperkt. Hoewel partijen pleiten voor het terugbrengen van de tandarts in de basisverzekering, schrikt de overheid terug voor de kosten (geschat op 2,4 miljard euro per jaar). Minister Sophie Hermans (VVD) stelde onlangs slechts 5,5 miljoen euro beschikbaar voor een pilot voor minima — een fractie van wat nodig is om structurele mondzorgarmoede aan te pakken.
Ondertussen groeit de kloof. Aan de ene kant staan de investeerders die profiteren van een systeem met weinig controle en gegarandeerde winsten. Aan de andere kant staan mensen als Vincent, die hopen op een fonds om hun voortanden te laten repareren zodat ze weer durven te solliciteren.
Op de Tandartsdag in Rotterdam werden honderden mensen gratis geholpen. Het is hartverwarmend, maar tegelijkertijd een brevet van onvermogen voor onze zorgstaat.
Zolang de focus in de mondzorg ligt op rendement voor aandeelhouders in plaats van toegankelijkheid voor de burger, blijft een gezond gebit een privilege van de welgestelden.
Vincent kon na de Tandartsdag nog niet breeduit lachen — er moesten eerst kiezen getrokken worden en ontstekingen worden behandeld. Maar met een begroting voor nieuwe voortanden op zak is er weer een sprankje hoop. Voor miljoenen anderen blijft die hoop vooralsnog uit het zicht, zolang de tandartsstoel vooral een melkkoe voor investeerders blijft.
Kijk op delievetandarts.nl voor tips en onafhankelijke informatie.
Geschreven door Jan Henk Nawijn, update 8 mei 2026

